Overslaan naar de hoofd content

Wat is NLD?

 

 

DIAGNOSE & NLD IN DE DSM

 

Waarom word de diagnose NLD in Nederland zo weinig vastgesteld?:

Het herkennen van een Non-verbale Leerstoornis (NLD) blijkt in de praktijk erg lastig. Veel mensen met deze stoornis lopen jarenlang rond zonder de juiste hulp. Maar hoe komt het dat de diagnose NLD in Nederland zo weinig wordt vastgesteld? Daar zijn verschillende verklaringen voor, waarvan er drie een belangrijke rol spelen:

    1.  MISLEIDENDE NAAM:

    In de eerste plaats heeft deze leerstoornis een verraderlijke naam. De term ‘non-verbaal’ suggereert namelijk dat er problemen zijn met de spraak of taal. Dit is een misverstand. Mensen met NLD kunnen juist heel sterke verbale vaardigheden hebben. Een sterke verbale vaardigheid is echter geen noodzakelijk kenmerk van NLD/DVSD.

    Hun werkelijke problemen liggen volgens de nieuwe DVSD-benadering vooral op het gebied van het verwerken en integreren van visuele en ruimtelijke informatie.

    Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in problemen met:

    • Visueel-ruimtelijk inzicht en constructie — Hoe hard rijdt de auto?
    • Visueel-ruimtelijk geheugen en redeneren — Waar lag mijn jas?
    • Driedimensionaal (3D) denken — Hoe past dit in elkaar?
    • Visuele informatie interpreteren — Niet zien waar iemand naar wijst
    • Visueel scannen, volgen en zoeken — Je jas niet zien hangen
    • Proprioceptie en zelforiëntatie — Niet weten waar je lichaam is
    • Ruimte, afstand en verhoudingen inschatten — Tegen de stoel aan botsen
    • Visuele details en fysieke kenmerken opmerken — Niet zien dat iemand naar de kapper is geweest

     

    Als gevolg van bovenstaande visueel ruimtelijke problemen, kunnen motorische vaardigheden en sociale interpretatie bij mensen met NLD/DVSD zeer zeker problemen opleveren. (Bij de klassieke beschrijvingen van NLD werden motorische en sociaal-interpretatieve problemen vaak gezien als belangrijke kenmerken van het profiel.) Binnen de nieuwe DVSD-benadering vormen deze echter geen afzonderlijke kerncriteria, maar kunnen wel een gevolg zijn van het deficit. Maar de nadruk ligt bij de nieuwe naam DVSD écht op het verwerken en integreren van visuele en ruimtelijke informatie.

  •   
  • 2. OVERLAP MET ANDERE DIAGNOSES:

    Ten tweede vertonen de kenmerken van NLD en DVSD veel overlap met andere stoornissen. Denk hierbij aan:
    • ASS (autisme)
    • ADHD
    • DCD (coördinatieontwikkelingsstoornis)
    • Dyscalculie
    • Angststoornissen
     
  • DVSD kan bovendien samengaan met andere neuro-ontwikkelingsstoornissen, zoals ASS en DCD. Overlap met een andere diagnose betekent dus niet automatisch dat DVSD niet aanwezig kan zijn.
     

    3.NLD STAAT (NOG) NIET IN DE DSM:

    De belangrijkste reden voor de onbekendheid is dat NLD nog niet officieel is opgenomen als aparte diagnose in de DSM-5 (het internationale psychiatrisch handboek).

    Achter de schermen werken wetenschappers hard aan een concept om NLD op te nemen in de DSM. Omdat de naam ‘Non-verbal Learning Disability’ verwarrend werd gevonden en de kern van de problematiek onvoldoende weergeeft, is in 2025 een nieuwe naam voorgesteld: Developmental Visual-Spatial Disorder (DVSD), oftewel een Visueel-ruimtelijke Ontwikkelingsstoornis. In datzelfde jaar is NLD geherconceptualiseerd als Developmental Visual-Spatial Disorder (DVSD). De werkgroep heeft hiervoor DSM-achtige consensuscriteria opgesteld. Deze criteria zijn bedoeld als basis voor een voorstel om DVSD in een toekomstige DSM op te nemen als een zogenaamde “condition for further study”. DVSD is daarmee op dit moment nog geen officiële DSM-diagnose.

    Dit betekent ook dat de nieuwe criteria nog niet hetzelfde zijn als officiële DSM-criteria.

    Zodra DVSD officieel als diagnose wordt opgenomen, kan dat gevolgen hebben voor de herkenning, diagnostiek, opleiding van hulpverleners en het wetenschappelijk onderzoek naar deze problematiek. 

     

De valkuil van sterke verbale vaardigheden

In onze maatschappij beoordelen we intelligentie vaak op basis van hoe welbespraakt iemand is. Kinderen met NLD zijn in sommige gevallen echte taaldenkers. Hun geweldige woordenschat en goed ontwikkelde auditieve geheugen vormen een grote kracht, maar tegelijkertijd een gevaarlijke valkuil. Wanneer iemand verbaal sterk is, kan dat de visueel-ruimtelijke problemen voor de omgeving minder zichtbaar maken.
 
Doordat kinderen verbaal zo sterk zijn, krijgen ze vaak helemaal geen diagnose. Gebeurt dit wel? Dan is dit regelmatig een misdiagnose zoals ASS, ADHD of DCD, of een diagnose voor secundaire problemen zoals angst en depressie.
 
Een verkeerde diagnose mist de kern van het probleem. Het disfunctioneren van de ruimtelijke en visuele informatieverwerking is waar het bij DVSD écht om draait. Dit leidt tot verkeerde aannames vanuit de omgeving, waardoor het kind zich nog minder begrepen voelt en overvraagd zal blijven worden, met alle gevolgen van dien.
 
Wil je weten waarom NLD wezenlijk verschilt van andere stoornissen? Lees dan ook ons artikel: Waarom NLD geen Autisme of ADHD is.

Wat zijn de diagnostische criteria (concept) voor NLD/DVSD?

Onderstaande opsomming is een Nederlandse vertaling (Vertaling uit het Engels) van het voorstel

in 2025 gepubliceerde voorstel voor DSM-achtige consensuscriteria voor Developmental Visual-Spatial Disorder (DVSD).

Het conceptuele voorstel voor de officiële diagnostische criteria richt zich op aanhoudende problemen met het verwerken of integreren van visuele en ruimtelijke informatie. De nadruk ligt daarmee op één centraal domein: visueel-ruimtelijke informatieverwerking. Een verschil tussen verbale en visueel-ruimtelijke vaardigheden is geen vereiste. Ook zijn specifieke neuropsychologische of onderwijskundige testuitslagen niet noodzakelijk om aan het conceptuele criterium te voldoen.

De problemen worden in het voorstel beschreven aan de hand van acht gedragsmatige gebieden. Deze gebieden geven voorbeelden van hoe visueel-ruimtelijke problemen zich in het dagelijks leven kunnen uiten.

1. Visueel-ruimtelijke constructie:

  • Bijvoorbeeld moeite met het maken van puzzels, modellen of het nabouwen van Lego-instructies.
  • Problemen met tekenen of het overnemen van materiaal van een schoolbord of beeldscherm.
  • Een inconsistente lettergrootte en spaties bij het schrijven.
  • Moeite met alledaagse taken zoals kleding correct aantrekken, een bed opmaken of opruimen.
  • Problemen met visuele verbeelding (mentale beelden vormen) tijdens het lezen of luisteren.

2. Driedimensionaal (3D) denken:

  • Bijvoorbeeld moeite om zich voor te stellen hoe een object eruitziet als het wordt gedraaid.
  • Ruimtelijke indeling niet goed kunnen overzien (bijv. een kofferbak, rugzak of kast efficiënt inpakken).
  • Problemen met wiskundige concepten die inzicht vereisen in 3D-vormen (kubussen, bollen) of volume.

3. Visueel-ruimtelijk geheugen:

  • Bijvoorbeeld moeite met het onthouden van plattegronden, routes en ontwerpen.
  • Snel verdwalen op enigszins bekende plekken (zoals de eigen school of buurt).
  • Vaak spullen kwijtraken (sleutels, fiets, jas) omdat de locatie niet wordt onthouden.
  • Moeite om een routebeschrijving aan anderen uit te leggen.

4. Visueel-ruimtelijke inschatting en redeneren:

  • Bijvoorbeeld problemen met het inschatten van lengte, afstand, snelheid en oppervlakte (bijvoorbeeld bij het oversteken of inparkeren).
  • Moeite met de basisprincipes van meetkunde.
  • Een inefficiënt gebruik van de ruimte op een papier of werkblad.

5. Interpreteren van visuele informatie:

  • Bijvoorbeeld moeite met het begrijpen van grafieken, tabellen en diagrammen.
  • Instructies die alleen uit afbeeldingen of infographics bestaan (zoals een handleiding) niet begrijpen.
  • Moeite met klokkijken op een analoge klok.

6. Visueel scannen, volgen en zoeken:

  • Bijvoorbeeld gedesoriënteerd raken in een dynamische omgeving waar dingen door elkaar bewegen (zoals bij teamsporten of in een drukke straat).
  • De regel of plaats kwijtraken tijdens het lezen van dichtbedrukte tekst.
  • Objecten niet kunnen vinden tegen een drukke achtergrond (bijv. een product in een volle koelkast).

7. Proprioceptie en zelforiëntatie (lichaamsbewustzijn):

  • Bijvoorbeeld te dicht op of juist te ver van mensen gaan staan tijdens een gesprek.
  • Regelmatig tegen meubels of mensen aan botsen, vooral in kleine ruimtes.
  • Een slecht algemeen richtingsgevoel hebben.

8. Fysieke kenmerken opmerken:

  • Bijvoorbeeld subtiele visuele details over het hoofd zien (zoals een schilderij dat scheef hangt of een vlek op je trui).
  • Opvallende fysieke kenmerken of veranderingen van een persoon niet registreren.

Deze acht gebieden beschrijven dus mogelijke gedragsmatige uitingen van de onderliggende visueel-ruimtelijke problemen. Ze moeten niet worden gelezen als acht afzonderlijke stoornissen. De nieuwe DVSD-benadering is juist gericht op één centraal domein: het verwerken en integreren van visuele en ruimtelijke informatie.


Bronnen

Fisher, P. (2025) Report of a Work Group on Nonverbal Learning Disability: Consensus Criteria for Developmental Visual-Spatial Disorder: Reconceptualizing Nonverbal Learning Disability for DSM Consideration (Hier te lezen)