Overslaan naar de hoofd content

Wat is NLD?

GESCHIEDENIS VAN NLD

 

De geschiedenis van NLD: Van neuropsychologie tot DSM-aanvraag

De concepten achter wat we nu kennen als een Non-verbale Leerstoornis hebben een lange geschiedenis. Om te begrijpen waarom de stoornis nu voor een naamsverandering staat, duiken we in de tijdlijn van de geschiedenis van NLD.

 

Jaren ’60 en ’70: Oorsprong in de neuropsychologie 

De eerste ideeën over NLD ontstonden in de jaren ’60 en ’70 binnen de klinische neuropsychologie. Onderzoekers observeerden kinderen die verbaal zeer sterk waren, maar opvallend zwakke visuele en motorische vaardigheden lieten zien.
Deze kinderen hadden grote moeite met:
  • Ruimtelijke oriëntatie
  • Fijne motoriek
  • Sociale signalen
  • Abstract en non-verbaal redeneren
Tegelijkertijd beschikten zij over een rijke woordenschat en een uitstekend geheugen voor feiten. Deze observaties werden in 1967 voor het eerst beschreven door de wetenschappers Johnson en Myklebust. Omdat er in die tijd veel aandacht was voor het onderscheid tussen verbale en non-verbale stoornissen, werd de naam NLD (Non-verbal Learning Disability) gekozen. In deze vroege beschrijvingen lag de nadruk al op problemen met het verwerken van niet-talige en visueel-ruimtelijke informatie.

 

Rond 1980: De theorieën van Byron Rourke

De Canadese neuropsycholoog Byron P. Rourke speelde een centrale rol in het verder uitwerken van het concept. Rourke zag opvallende overeenkomsten tussen het neuropsychologische profiel van kinderen met NLD en dat van mensen met een beschadiging of disfunctie van de rechterhersenhelft. Deze overeenkomsten vormden een belangrijke basis voor zijn theorie over de neurologische achtergrond van NLD. Volgens Rourke is NLD te begrijpen als een ontwikkelingsstoornis van de rechterhersenhelft. Dit in tegenstelling tot de meeste andere leerstoornissen (zoals dyslexie), die juist gekoppeld zijn aan de taalverwerking in de linkerhersenhelft.
 
Deze verklaring van NLD als een ontwikkelingsstoornis van de rechterhersenhelft was onderdeel van Rourkes theoretische model. Tegenwoordig wordt deze specifieke neurologische verklaring niet gezien als een vaststaand diagnostisch criterium voor NLD/DVSD.
 
Rourke en zijn collega Michael Harnadek (1994) concludeerden dat kinderen met NLD gekenmerkt worden door prominente problemen in:
  • Ruimtelijk-visuele vaardigheden
  • Tactiel-perceptuele vaardigheden (voelen en tasten)
  • Psychomotorische vaardigheden
  • Non-verbaal probleemoplossend vermogen
Dit staat altijd in schril contrast met hun duidelijke sterke punten in de taalvaardigheid (psycholinguïstische vaardigheden).
 

De kloof van vaardigheden bij NLD

Rourke vatte NLD samen in een profiel van drie duidelijke zwaktes en drie sterke punten:
 

ZWAKKE GEBIEDEN BIJ NLD:

  1. Visueel-ruimtelijke vaardigheden
  2. Motoriek (met name de fijne motoriek)
  3. Sociaal inzicht en het interpreteren van non-verbale signalen

 

STERKE GEBIEDEN BIJ NLD

  1. Verbaal geheugen
  2. Taalbegrip
  3. Auditieve verwerking
Neurologisch onderzoek binnen de theorieën van Rourke suggereerde dat kinderen met NLD een disfunctie hebben in de witte stof van de rechterhersenhelft. Deze witte stof helpt om neurologische boodschappen in het brein te verzenden. Volgens deze theorie verklaart dit neurologische tekort de grote vaardighedenkloof die zo kenmerkend is voor NLD.
 
Deze ‘kloof’ tussen verbale en visueel-ruimtelijke vaardigheden vormden samen met motorische en sociale problemen de klassieke definitie van NLD. Binnen de nieuwe omschrijving van DVSD kunnen deze problemen zich nog altijd voor doen, maar zijn zij geen vereisten meer. 

 

1990–2013: Brede herkenning, maar onder het stof geraakt

In de jaren ’90 kreeg NLD steeds meer aandacht in klinische en schoolpsychologische kringen. Ouders en hulpverleners begonnen het profiel te herkennen bij kinderen die vroegrijp en talig waren, maar op school plotseling vastliepen op het gebied van rekenen, overzicht bewaren, plannen of sociale interactie.
Toch werd NLD destijds niet opgenomen in de DSM. Door dit gebrek aan officiële erkenning kreeg de stoornis in de jaren daarna, met name tussen 2000 en 2013, in Nederland weinig aandacht. Dit leidde tot:
  • Structurele onderdiagnostiek.
  • Verwarring en overlap met diagnoses zoals ASS, ADHD, dyscalculie of DCD.
  • Onvoldoende begrip binnen het onderwijs en de jeugdzorg.
  • Grote belemmeringen bij het krijgen van gerichte hulp.

 

De toekomst: Het NVLD-Project en de weg naar de DSM

Sinds 2013 is er een hernieuwde, wereldwijde beweging om NLD weer op de medische kaart te zetten. Het NVLD Project (USA) zet zich sindsdien actief in om officiële erkenning in de DSM te realiseren. In 2016 bundelden zij hiervoor hun krachten met de faculteit van de Division of Child Psychiatry aan het Columbia University Irving Medical Center (CUIMC) en psychologe Prudence W. Fisher.

 

Chris Rock brengt NLD in de schijnwerpers

In 2022 kwam NLD wereldwijd grootschalig in het nieuws na het bekende Oscar-incident waarbij comedian Chris Rock op het podium werd geslagen. Toen een vriend hem daarna vroeg of hij wellicht Asperger (autisme) had, liet Rock zich uitgebreid onderzoeken.
De uitslag was verrassend: hij bleek de diagnose NVLD/NLD te hebben. Zijn publieke openheid over de stoornis zorgde voor een enorme piek in media-aandacht en praatprogramma’s. Dit resulteerde bovendien in een grote stroom aan donaties voor het NVLD Project, waarmee belangrijk nieuw wetenschappelijk onderzoek gefinancierd kon worden.

 

Krijgt NLD een nieuwe naam? (DVSD)

In 2025 is een belangrijke nieuwe stap gezet in de ontwikkeling van het NLD-concept. Een internationale werkgroep van onderzoekers en deskundigen publiceerde een nieuwe, aangescherpte set DSM-achtige consensuscriteria. Daarin wordt NLD opnieuw geconceptualiseerd als Developmental Visual-Spatial Disorder (DVSD), in het Nederlands: Visueel-ruimtelijke Ontwikkelingsstoornis.  Lees hier alles over het actuele proces om NLD in de DSM te krijgen.

 

Hoeveel mensen hebben eigenlijk NLD?

Uit een grootschalige studie (Margolis et al., 2020) is gebleken dat maar liefst 3 tot 4% van de kinderen en adolescenten in Noord-Amerika voldoet aan de criteria van NLD.
Hoewel we deze Amerikaanse cijfers niet direct één-op-één naar de Nederlandse situatie kunnen vertalen, laat het wel zien dat het om een omvangrijke groep gaat. Ter vergelijking: een bekende leerstoornis als dyslexie komt voor bij zo’n 3 tot 5% van de bevolking. Het wordt dan ook hoog tijd dat NLD de herkenning en steun krijgt die het verdient.
 
Benieuwd naar de exacte wetenschappelijke onderbouwing? Je kunt het volledige onderzoek naar de prevalentie van NLD online lezen.